16 september 2011 - Hoe denkt Nederland over het belang van sport op school en daarbuiten? Om daar inzicht in te krijgen, ondervroeg de onderzoekswebsite Peil.nl van marktonderzoeker Maurice de Hond op verzoek van NLCOACH een representatieve doorsnede van de Nederlandse bevolking. Voornaamste conclusies: sporten op jonge leeftijd is van groot belang, sport levert een positieve bijdrage aan mens en maatschappij. Én: meer sport op school!
Als het aan de Nederlandse bevolking ligt, gaat het aantal sporturen in het onderwijs snel omhoog. Maar liefst 60% van de ondervraagden vindt dat op school meer aandacht moet worden besteed aan sport/bewegen. Bijna iedereen (90%) is het bovendien eens met de stelling dat het belangrijk is om op jonge leeftijd al veel te doen aan sport/bewegen. Bijna eenzelfde percentage (87%) vindt bovendien dat sport/bewegen een bijdrage levert aan een ‘fitte’ samenleving. Meer dan de helft (57%) van de ondervraagden is het eens met de stelling dat op latere leeftijd obesitas kan worden voorkomen door al op jonge leeftijd veel te sporten. De ondervraagden zijn ook zelfkritisch: 61% van de ondervraagden vindt dat ze zelf te weinig bewegen.
Leerprestaties
Niet alleen het gezondheids- en fitheidsaspect wordt door de Nederlandse bevolking onderkend. Sport wordt ook een rol toegedicht bij thema’s als acceptatie van regels, integratie en tolerantie en leerprestaties. ‘Samen sporten leert jonge mensen regels te accepteren’, zegt 84% van de ondervraagden. 69% vindt dat sport op school integratie en tolerantie in de samenleving bevordert. Nog opvallender is dat maar liefst 65% van de mensen vindt dat sport op school de leerprestaties bevordert, iets wat ook door wetenschappers wordt ondersteund.
Gekwalificeerde leiding
Hoewel sport op school dus in ruime mate belangrijk wordt gevonden, vindt slechts een beperkt deel van de ondervraagden (35%) dat sportonderwijs gegeven moet worden door gekwalificeerde onderwijzers. Met andere woorden: een professionele gymnastiekleraar is niet nodig.
Relatie sport en dik zijn
Peil.nl vroeg de respondenten verder onder meer ook naar hun sportervaring tijdens de eigen schooltijd. Daaruit komen een aantal interessante conclusies naar voren. Zo noemt 32% van alle ondervraagden zichzelf volslank en 16% dik, in totaal 48% dus. Van de groep die tijdens de lagere schooltijd níet op een sportclub heeft gezeten of niet regelmatig heeft gesport, noemt echter 41% zich volslank en 21% dik. In totaal dus 62% in plaats van de 48% van de groep ‘alle Nederlanders’. Aanmerkelijk méér dus. Van de ondervraagden die wel op een sportclub hebben gezeten of regelmatig hebben gesport, noemt 25% zich volslank en 14% dik, 39% in totaal, negen% minder dan de groep ‘alle Nederlanders’. De resultaten voor sport op de middelbare school vertonen eenzelfde patroon, al is het iets minder sterk. Ook is er een relatie tussen het sporten nu en dik zijn of niet, al is niet met zekerheid te zeggen wat hier oorzaak en gevolg zijn. Van degenen die nu niet sporten, is 36% volslank en 20% dik. Van de ondervraagden die wel sporten is 28% volslank en 12% dik.
Bekijk de volledige resultaten van het onderzoek op http://www.nlcoach.nl/nieuws/onderzoek-nlcoach-%e2%80%98nederland-wil-meer-sport-op-school%e2%80%99/