21 februari 2012 - Langzaam schuifelt ze naar de achterlijn. Ze is aan de beurt om op te slaan. Opslaan. Bah! Wat heeft ze daar een hekel aan! Waarom? Omdat haar opslag nooit goed gaat, daarom! Ze hoort haar teamgenoten alweer zuchten: “Oh nee, die gaat weer fout!”
Gelukkig roept de coach iets aardigs naar haar: “Doe gewoon je best. Kwestie van concentreren, goed mikken en hem een ram geven! Het geeft niet als ie fout gaat!” Hoezo, àls ie fout gaat? Natuurlijk gaat ie fout! Hij is bijna nooit goed gegaan, dus waarom zou deze keer anders zijn?
Eigenlijk best droevig. Hoe lang zat ze nou op volleybal? Eens denken… dit is al haar derde seizoen. Drie jaar oefenen en nog steeds kan ze niet opslaan! Geen idee hoe dat kan. Op de training lukt het soms wel. Dan staat iedereen verrast te kijken, zijzelf ook. Maar als ze dan nog een keertje mag opslaan kun je er zeker van zijn dat ie weer misgaat.
Waarom zit ze eigenlijk nog op volleybal? Ze is geen groot talent. De anderen uit haar team zijn een stuk beter. Die kunnen makkelijk passen, vangen en opslaan. Ze kunnen zelfs de bal goed over het net spelen als hij wordt aangegooid. Dat lukt haar bijna nooit. Maar dat is niet haar schuld. Ze is nu eenmaal langer dan de rest. Daardoor is het voor de anderen moeilijker om de bal goed aan te gooien naar haar. En dan kan ze de bal natuurlijk niet over het net spelen. Tja, lang zijn is juist goed bij volleybal. Dat zegt iedereen. Maar nu nog niet. Daar heeft ze later pas plezier van. Ja, als de rest al in een veel hoger team speelt zeker!
Hoelang zou de rest het eigenlijk nog volhouden in dit team? Ze verliezen bijna alles. Soms zelfs met 36-11! Iedereen begint altijd wel enthousiast en vrolijk. Maar als de bal vier keer achter elkaar op de grond is gevallen, kijkt iedereen al een stuk minder blij. Nee, voor het winnen hoeft ze niet op volleybal te blijven. Maar waarom dan wel?
In haar team zitten 3 meisjes uit haar klas. Dat is wel erg gezellig. Op school praten ze ook wel eens over volleybal. En als ze tijdens de gymles gaan volleyballen, gaan ze bij elkaar in het team. Niet dat ze dan makkelijk winnen. Oh nee, daarvoor lachen ze veel te veel! Ja, lachen doen ze wel erg veel in het team. Ook tussen de competitiewedstrijden door. Eigenlijk gaat het haar daar om: plezier hebben. Dan maakt het niet uit of je wint, als het maar leuk is. Maar soms een wedstrijdje winnen zou toch wel helpen om het nòg leuker te maken. Hoeft niet altijd hoor, gewoon af en toe.
De scheidsrechter zegt dat ze moet opschieten. Oh ja, opslaan! Nou, gewoon maar weer eens proberen. De bal op de ene hand. Vuist maken van de andere hand. En dan mikken. Zo doet ze dat altijd: drie keer mikken en dan de vierde keer slaan. Nou, daar gaat ie dan. Eén, twee, drie…. Hoort ze dat nou goed? Haar teamgenootjes roepen naar haar: “Eén, twee, drie!” Nu snel slaan. Jaaa! Hij gaat goed. Direct een punt! Dat had ze nog niet eerder meegemaakt. Haar teamgenootjes die haar hielpen bij de opslag! Zou het nog een keer lukken? “Eén, twee, drie!” Weer goed! En weer een punt!
De zoemer klinkt: einde wedstrijd. Eens kijken naar het scorebord. Huh? Gewonnen met 22-21! En daar zitten dus twee punten van haar opslag bij! Geweldig! De coach roept het team bij zich. “Goed gedaan meiden! Jullie hebben elkaar deze wedstrijd erg goed geholpen. Zo hebben jullie samen de wedstrijd gewonnen. Als een echt team. Ik ben enorm trots op jullie! Nu op naar de volgende wedstrijd.”
Ze loopt opgewekt naar de achterlijn. Het is haar beurt om op te slaan. Opslaan, leuk!
Ingezonden column door Piet Oost.
Benieuwd naar de invloed van plezier en zelfvertrouwen op prestaties van sporters? Kom naar een van de theatervoorstellingen over Positief Coachen. Zie www.positiefcoachen.nl/theater voor de actuele speellijst.