Acht speelsters. Dat is voor sommige teams nét genoeg om een training door te laten gaan, in Tijnje is het een klein wonder. Dit seizoen staat er bij ODS/Tijnje een jeugdteam te popelen voor iets wat voor de club nog nooit bereikbaar was: meedoen aan de Volleybaldirect Open.
Trainster Tjitske Ringnalda (62) is de drijvende kracht achter dit bijzondere moment. Ze trainde jarenlang jeugd in Sneek, stond aan de basis van veel teams en kent het volleybal van binnenuit. Zelfs het Nederlands team maakte ooit deel uit van haar route. Na een verhuizing van Sneek naar het buitengebied kwam ze via een omweg opnieuw bij volleybal terecht. “Toen ik werd gevraagd training te gaan geven, wisten ze hier in het dorp niet eens dat ik kon volleyballen,” vertelt ze lachend. “Ik wilde gewoon weer iets doen in het dorp en toen vroegen ze of ik toevallig of ik volleybaltraining wilde geven.”
Een jeugdteam naar de Volleybaldirect open krijgen
Wie in een grote vereniging speelt, ziet soms vanzelf jeugdteams ontstaan. In kleine dorpen werkt dat anders. Tjitske schetst hoe kwetsbaar een jeugdafdeling kan zijn. “Tijnje is een heel klein dorpje. Als je acht spelers hebt, dan ben je al heel blij. Jongens, meisjes, talent of geen talent. Ze zitten hier allemaal bij elkaar.” De club deed in de geschiedenis nog nooit mee aan de Volleybaldirect Open. Niet omdat de ambitie ontbrak, maar omdat er simpelweg te weinig jeugdspelers waren. Pas door samenwerking werd het mogelijk om een team samen te stellen. “Deze club heeft echt nog nooit meegedaan. Maar nu met de samenwerking met andere kleine clubs uit de buurt lukt het wel,” aldus Tjitske. Morgen zal het MA-team van ODS Tijnje strijden om een plekje in de volgende ronde in het Landstede sportcentrum in Zwolle.
In de regio is er een combinatie ontstaan waarbij spelers uit verschillende dorpen samen trainen en competitie spelen. Het jeugdteam speelt onder de combinatienaam ODS Tijnje en bestaat uit spelers uit onder andere Tijnje, Beetsterzwaag en Gorredijk. Voor Tjitske betekent dat ook veel organiseren. “Ik rijd met de kinderen naar Beetsterzwaag om te trainen. Het zijn hier allemaal hele kleine dorpjes. Dan moet je echt samenwerken om überhaupt iets op te bouwen.”
Een andere volleybalcultuur
Er is een verschil tussen volleybal in een grote stad en volleybal in een klein dorp, waar het niet draait om het niveau, maar om het plezier. Tjitske ziet dat al jaren. “In Sneek trainden ze drie keer in de week en zag je volleybal op hoog niveau. Hier zien kinderen geen volleybal op hoog niveau. Je hebt een zaaltje, daar speel je en dan ga je weer weg.” De trainingscultuur is daardoor ook anders. “Hier trainen ze een uurtje in de week. En als je wat anders hebt, dan kom je niet. Vakantie? Dan ging er geen training door.” Juist daarom vindt Tjitske het zo belangrijk dat deze groep nu een jeugdtoernooi als de Volleybaldirect Open meemaakt. Niet omdat ze ineens de lat op prestaties wil leggen, maar omdat de ervaring iets kan losmaken.
Extra trainingen met hapjes
De aanloop naar de Volleybaldirect Open zorgt dit jaar voor iets nieuws binnen de club. Extra trainen op zaterdag en zelfs in de vakantie. “Voorheen was het: vakanties waren vrij van trainingen. Maar nu doen we zelfs dubbele trainingen. Twee keer twee uur en dan hapjes om het extra leuk te maken. We maken er echt feestje van.” Tjitske bouwt in haar trainingen stap voor stap aan techniek en systeem. Dingen die voor haar vanzelfsprekend zijn, maar voor deze jeugd helemaal nieuw. “Vaste spelverdeling, posities, een systeem… dat was eerst: waar heb je het over? Nu spelen we zelfs één-vijf.”
Verwachtingen
Meedoen aan de Volleybaldirect Open is spannend, vooral omdat niemand weet wat ze precies kunnen verwachten. Tjitske is daar eerlijk over. “Kansen? Ik hoop gewoon dat ze leuke wedstrijden spelen. De volgende ronde staat in mijn agenda, maar wel met potlood. Ze wil vooral dat het geen teleurstelling wordt. Het doel is dat de speelsters na afloop zeggen dat ze goed gespeeld hebben, ook als de tegenstander beter is. “Dat ze het idee hebben: wat hebben wij goed gevolleybald. Dat de tegenstander beter is, geeft niks.” Met een kleine selectie is het ook praktisch puzzelen. “Ik heb zeven en een halve speelster. Eén is nog geblesseerd, één is net begonnen en heeft net acht trainingen achter de rug. Die speelster gaat ook gewoon mee. Ik wil dat iedereen speelt. Maar het is wel afhankelijk van de tegenstander. We willen sterk starten. Maar, we hebben iedereen nodig want ze spelen meer wedstrijden dan ze gewend zijn.”
Supporters mee en clubgevoel groeit
Wat Tjitske zichtbaar trots maakt is dat het binnen de club leeft. Ouders gaan mee, bestuursleden denken mee over budget en zelfs andere teams komen kijken. Voor zo’n kleine vereniging is dat misschien wel de grootste winst: samen op pad, samen beleven en samen trots zijn.
Een boodschap voor andere kleine clubs
Tjitske vat het verschil mooi samen. Grote verenigingen kunnen bouwen, kleine verenigingen moeten vechten om überhaupt teams overeind te houden. En toch kan het. “Een kleine vereniging moet alle moeite doen om één of twee teams in de competitie te houden. Je komt nooit toe aan zaken als de Volleybaldirect Open. En dan is het nu zo mooi dat ze nu deze ervaring kunnen opdoen.” En of ze nu winnen of niet, de dag is voor Tjitske eigenlijk al geslaagd als haar spelers iets meenemen wat groter is dan de uitslag. “Dat ze denken: oh wat is volleyballen leuk. Op pad zijn met het team en elkaar nodig hebben. Als die beleving ontstaat, dan is het voor mij geslaagd.”
