Een nieuw volleybalseizoen staat voor de deur! De spelregels veranderen komend seizoen niet, maar scheidsrechters krijgen naar aanleiding van internationale testen op twee onderdelen een aangepaste instructie over de interpretatie van de bestaande spelregels. Voor spelers is het daarom goed om te weten hoe deze situaties komend seizoen worden beoordeeld.

De FIVB en CEV hebben de afgelopen maanden verschillende interpretaties van spelregels getest. In afwachting van de definitieve teksten, die aan het einde van dit jaar worden vastgesteld, geldt deze verduidelijking voor seizoen 2026-2027 voor alle competities.

Ontvangend team bij de service
Een eerste aandachtspunt heeft betrekking op de opstelling van het ontvangende team. Het ontvangende team moet in de servicevolgorde staan op het moment dat er gefloten wordt voor de service. De spelers mogen hun positie verlaten op het moment dat de serveerbeweging begint, zoals een stap, een beweging van de armen of benen etc. als eerste beweging om te gaan serveren. Op het moment dat de serveerder de bal raakt, moeten de spelers wel binnen hun eigen speelveld staan.

Aanvallen: wat mag wel en niet?
Daarnaast is er aandacht voor regel rondom de tipbal. Dit is geen nieuwe spelregel. De bestaande regel blijft: De bal mag niet gevangen of gegooid worden. De bal kan in elke richting terugkaatsen. Voor deze bestaande regel gelden komend seizoen specifieke richtlijnen en interpretaties.

De deelnemer mag dus niet duwen, niet liften en niet dragen. De tipbal moet worden uitgevoerd met één hand, in een kort contact en moet in een rechte lijn worden gespeeld. Tippen betekent een aanvalsslag (volledig boven de nethoogte) die met de vingers van één hand wordt uitgevoerd, waarbij de richting van de bal slechts één keer wordt veranderd tijdens de actie en het contact met de bal kort is in tijd en afstand.

Aanvalsacties die het volgende inhouden, zijn niet toegestaan:

  • richtingsverandering na het korte contact;
  • aanval met twee handen (*);
  • duwen;
  • dragen van de bal.

(*) Aanval met twee handen. Bij elke actie met twee handen waarbij de bal over het net wordt gespeeld en die geen blokkeeractie is, moet onderscheid worden gemaakt tussen:

  • een bewuste aanvalsslag met twee handen: dit is een fout;
  • een bovenhandse pass (set-up) met twee handen waarbij de bal simpelweg in een boog over het net wordt gespeeld: dit is geen fout.

In onderstaande video laat de CEV verschillende aanvalssituaties zien en of dit wel of niet is toegestaan.

Wanneer is iets een blok of een aanval?
Tot slot is er een verduidelijking over het blokkeren van een bal. Of een actie wordt gezien als een blok of als een aanval, hangt af van waar de bal vandaan komt.

Komt de bal van de tegenstander? Dan mag je de bal reglementair blokkeren. Dat geldt ook wanneer de bal via het blok van de tegenstander terugkomt. Bij een blok onderschep je de bal zonder deze vast te houden, te vangen, te duwen, te dragen, te gooien of te sturen.

Komt de bal van je eigen kant en speel je deze vervolgens naar het speelveld van de tegenstander? Dan wordt deze actie beschouwd als een aanvalsslag. Dit geldt ook wanneer een aanval van de tegenstander eerst wordt geblokkeerd, maar de bal daarna aan je eigen kant blijft.

Voor die aanvalsslag gelden de eerdergenoemde voorwaarden: niet duwen, liften of dragen. De bal wordt met één hand, in een kort contact en in een rechte lijn gespeeld.

Foto: Ronald Hoogendoorn

Bekijk ook eens

Facebook X WhatsApp LinkedIn