Op 18 maart maakte de Nevobo bekend alle competities van Topdivisie en lager te stoppen, vanwege de maatschappelijke gevolgen van het coronavirus. Op 22 maart volgde het nieuws dat ook de Eredivisie per direct werd stilgelegd. Om de vraag te beantwoorden hoe om te gaan met promotie / degradatie richting het nieuwe seizoen (2020-2021), riep de volleybalbond haar leden op om mee te denken. Daar kwamen duizenden reacties op.

Algemeen directeur Guido Davio: “Meest reële oplossing”

Algemeen directeur Guido Davio van de Nevobo legt uit: “Op basis van de reacties en voorstellen hebben we gezocht naar een oplossing waarbij we zoveel mogelijk de resultaten van het afgelopen seizoen mee konden nemen. Samen met het Bestuur en de Bondsraad (vertegenwoordiging van de volleybalverenigingen) zijn we tot dit besluit gekomen. Iedereen is zich ervan doordrongen dat we in deze unieke situatie een beslissing moeten nemen en begrijpt dat iedere keuze voor- en nadelen kent. We denken hiermee de meest reële oplossing te hebben gekozen, die duidelijkheid verschaft richting het aankomende seizoen.”

Invoeren extra Topdivisiepoule

In het seizoen 2020-2021 wordt een extra Topdivisiepoule van 12 teams ingevoegd, zodat er ruimte wordt gecreëerd bovenin de piramide van volleyballend Nederland. Hierdoor kunnen in de poules t/m de 3e divisie minimaal de nummer 1 én nummer 2 promoveren. Daarnaast blijft degradatie beperkt tot de nummers 12 in de 2e en 3e divisie.

De nummer 3 uit de degradatiepoule van de Eredivisie degradeert naar de Topdivisie.

Op de lagere niveaus neemt het aantal degradanten langzaam weer toe en geldt de promotie alleen voor de nummer 1. De geschiedenis heeft bewezen dat er vaak sprake is van terugtrekkingen, en daardoor zal er ook op deze niveaus waarschijnlijk nog ruimte ontstaan voor extra promoties naar hogere klasses / de 3e divisie.

De huidige PD-regeling komt met de invoering van de extra Topdivisiepoule te vervallen. De wedstrijdsecretariaten van de verenigingen ontvangen een bericht met aanvullende informatie.

Om de competitiestanden op te maken, wordt de volgende methodiek gehanteerd:

1. Aantal punten / aantal gespeelde wedstrijden = wedstrijdquotiënt
Het wedstrijdquotiënt bepaalt de eindstand
Bijvoorbeeld:
Team A: 41 punten / 18 wedstrijden = wedstrijdquotiënt 2,28
Team B: 37 punten / 16 wedstrijden = wedstrijdquotiënt 2,31
Team B hoger wedstrijdquotiënt, dus hoger in de stand
2. Bij gelijke stand, na stap 1 (conform het huidige reglement):
setquotiënt (aantal sets voor / aantal sets tegen) / aantal gespeelde wedstrijden
3. Bij gelijke stand, na stap 1 en stap 2 (conform het huidige reglement):
puntenquotiënt (aantal punten voor in alle wedstrijden / aantal punten tegen in alle wedstrijden) / aantal gespeelde wedstrijden

    Het team met het hoogste wedstrijdquotiënt eindigt bovenaan. De nieuwe eindstanden zijn vanaf heden te zien in de competitiemodule in onder meer de Mijn Volleybal app en op volleybal.nl
    N.B.: de nummer 1 wordt niet benoemd tot kampioen. De eindstanden worden alleen gebruikt om te bepalen welk team promoveert of degradeert.

    Voor alle halfjaar-competities die in het voorjaar werden gespeeld, wordt er geen stand bepaald.

    De seniorenteams worden in het volgende seizoen in dezelfde competitie ingedeeld, als waarin ze in de 2e helft zijn uitgekomen.

    De antwoorden op de meest gestelde vragen vind je in deze FAQ

    Foto: fotohoogendoorn.nl

    Bekijk ook eens

    Facebook Twitter WhatsApp LinkedIn
    Je maakt gebruik van een verouderde browser!

    Update je browser om deze website correct weer te geven. Update mijn browser nu

    ×